Scherp stellen op toptalent
Hogescholen zullen minder studenten opleiden tot beeldend kunstenaar of musicus. Daar staat extra aandacht voor toptalent, masters, onderzoek en aansluiting bij de creatieve industrie tegenover. De hogescholen kiezen voor zwaarder selecteren, onderlinge samenwerking en afspraken met de beroepspraktijk. Meer en betere cultuureducatie moet daarnaast zorgen voor een goed gevulde kweekvijver van toekomstig toptalent. De HBO-raad, de vereniging van hogescholen, heeft daartoe een meerjarig sectorplan kunstonderwijs opgesteld: ‘Focus op toptalent’. Donderdag 7 juli neemt staatssecretaris Halbe Zijlstra van OCW het in ontvangst.
‘Minder kunstenaars, meer toptalent. Onze boodschap is duidelijk. Het gaat niet om bezuinigingen, maar om een betere aansluiting op de arbeidsmarkt,’ zegt HBO-raadvoorzitter Guusje ter Horst in een toelichting.
Het kunstonderwijs bouwt met het sectorplan voort op adviezen van de Commissie Dijkgraaf, de Commissie Veerman en het regieorgaan Brinkman. Zo hebben de hogescholen afgesproken allemaal duidelijke profielen te kiezen. De vooraanstaande internationale positie van het Nederlands kunstonderwijs is voor hen een vanzelfsprekend uitgangspunt. Ze kiezen voor intensivering ervan.
De hogescholen gaan een kwart minder beeldend kunstenaars en dansers opleiden en tien procent minder klassieke of jazzmusici. Het hierdoor beschikbaar komende geld zal worden geïnvesteerd in de kwaliteit van kunstvakdocenten en extra begeleiding van (internationaal) toptalent. Voor deze laatste groep is een speciaal beurzenstelsel nodig. Bij muziek en dans komt er een landelijk samenhangend aanbod en een uitgesproken topvoorziening. Bij de masteropleidingen vindt uitbouw tot een volwaardig aanbod plaats. En meer onderzoek zal ten dienste staan van vernieuwende topsectoren, als een prikkel voor de economie.
De hogescholen tonen zich bezorgd over het teruglopend aantal jongeren dat kennis maakt met kunst en cultuur. En over de verschraling van de mogelijkheden om op dit gebied scheppend of uitvoerend bezig te zijn. Intensievere kunsteducatie, het vroegtijdig opsporen van talent en gerichte vooropleiding moeten hieraan het hoofd bieden. Voorlichting en selectie maken er deel van uit.
Het sectorplan van de HBO-raad vormt de basis voor vierjarenplannen van elk van de hogescholen, die daarover afspraken maken met het ministerie van OCW. Deze afspraken gaan over capaciteitsreductie, bachelors, masters, onderzoek en voortrajecten.
Nog dit jaar maken de hogescholen nadere afspraken over hun samenwerking en onderbouwen zij hun profielkeuze. Ze benadrukken dat – naast de middelen die ze zelf vrij maken – er aanvullende investeringen nodig zijn: een innovatiefonds van 10 miljoen per jaar vanuit het EL&I topsectorenbeleid, en beurzen voor toptalent.
|