Fontys heeft er later ook mooie boekjes over gepubliceerd met allerlei mogelijkheden om de aansluiting tussen voortgezet onderwijs en het hbo te vergemakkelijken, in het bijzonder de studiekeuzeprocessen daarin.
Ook bestuurlijk wist men van wanten. Zo ben ik nog in het gelukkige bezit van convenanten uit 1998 van vo-ho platforms uit de regio’s Twente en Arnhem-Nijmegen waarin de betreffende instellingen van ho en vo eendrachtig samenwerkten om OSB- en OVO-activiteiten en modules te ontwikkelen.
In het begin van de nieuwe eeuw zijn OSB en OVO min of meer samengevoegd tot LOB: Loopbaan- Oriëntatie en –Begeleiding. In vele vo-scholen is in de vrije keuzeruimte van de bovenbouw veelal 80 uur te vinden voor LOB. De HACO-scholen – havisten competent naar het hbo – hebben in dit kader hun steentje bijgedragen. Zeer verheugend is het ook dat zowel de VO-Raad als de MBO-Raad LOB-experimenten zijn begonnen.
Beter laat dan nooit!
Want het inmiddels al wel bijna 15 jaar geleden dat de LOB-gedachte opkwam. En de gedachte werd ook bijna de nek omgedraaid. Zo werd in het begin van deze eeuw na protesten van de leerlingen tegen de opgestapelde tijdbesteding in het studiehuis de expliciet beschikbare tijd voor OSB eruit gehaald. Ook wordt er veel lippendienst aan de LOB-gedachte gewijd in het kader van de verhoging van studiesucces in het eerste jaar van het hoger onderwijs. De bijbehorende rituele ‘Jij-bak’ luidt: “het vo en mbo zouden eens wat meer tijd moeten besteden aan studiekeuze in LOB voor een beter studiesucces”.
Komen er betere tijden?
Je moet natuurlijk blijven hopen. Maar je moet wel realistisch blijven. Zo komt in het net uitgekomen Hoofdlijnenaccoord OCW – HBO-Raad de term LOB nergens voor. De indicatoren voor te maken afspraken met individuele hogescholen betreffen uitsluitend prestaties, niet de inzet van middelen en activiteiten (zie bijlage Hoofdlijnenaccoord). Men heeft blijkbaar niets geleerd van de teleurstellende uitkomsten van de vorige miljoenenkostende prestatie-afspraken.
Voorts valt de beperkte aanwezigheid van een ketenaanpak op. Het vmbo heeft de afgelopen jaren uitgebreid geëxperimenteerd met LOB. Zouden we daar niet iets van kunnen leren? De LOB-experimenten van de VO- en MBO-Raad, hoe sympathiek ook, ontwikkelen zich gescheiden van elkaar. Dan zijn sommige hbo-instellingen bezig met het breed inzetten van studiekeuzegesprekken zonder een relatie te leggen met de eigen lopende aansluitingsactiviteiten, de eigen studiebegeleiding in het eerste jaar en de LOB-activiteiten van de aanleverende vo- en mbo-instellingen. Ook weten we nog steeds niet of dit allemaal nu wel effectief is voor, ja voor wat? Een goed onderbouwde studiekeuze? Een hoger studiesucces? Meer tevredenheid van studenten over de aansluiting? Of een combinatie ervan?
Hier wreekt zich het ontbreken van een integraal langetermijnplan van vo, mbo, en hbo voor de ontwikkeling, stapsgewijze invoering, en monitoring met praktijkgericht onderzoek van LOB als middel om (bijvoorbeeld) goed door te stromen in vo of mbo, en in het hbo tot een lagere studieuitval en onterechte studieomzwaai te komen. De genoemde initiatieven moeten in deze richting verder worden ontwikkeld.
Hoe lang is die weg nog?
|